Het trafohuisje, misschien heb je er nooit van gehoord… Toch heb je er elke dag mee te maken! Dankzij trafohuisjes hebben wij elektriciteit in onze huizen, kantoren en winkels. Wat is eigenlijk de geschiedenis van deze opmerkelijke gebouwtjes?

Kenmerkende huisjes

Trafohuisjes – ofwel Transformatorhuisjes – vind je natuurlijk in vele steden en gemeenten. Ze hebben allemaal een paar dezelfde kenmerken, namelijk een stalen deur met daarop een bliksemflits en het woord ‘levensgevaarlijk’. Toch zijn er ook een hoop verschillen tussen de huisjes. Sommige zijn groot, andere klein. Een aantal ervan zijn al decennia oud en hebben zelfs een monumentale status!

Elektriciteit in de gemeente

Een kleine duik in de geschiedenis. De grondlegger van de Nederlandse elektriciteitsindustrie is Willem Benjamin Smit. Hij kwam uit het plaatsje Slikkerveer, vlakbij Ridderkerk. Zuid-Holland was in de 19e eeuw de meeste geïndustrialiseerde provincie van Nederland. In 1886 begon Willem Benjamin Smit vanuit zijn elektriciteitscentrale in Kinderdijk aan meerdere bedrijven, woningen én straatlantaarns elektriciteit te leveren.

De opkomst van de Trafohuisjes

De ontwikkelingen volgden elkaar snel op. Aan het eind van de 19e en het begin van de 20ste eeuw kregen verschillende gemeentes hun eigen centrales. In de loop der jaren besloten steeds meer van die gemeentes hun krachten te bundelen en te gaan samenwerken. In 1941 werd door de gemeenten in samenwerking met de provincie het N.V. Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland opgericht. Zo kwam er een interprovinciaal koppelnet tot stand. Dat was fijn, want hiermee konden lokale stroomtekorten worden opgevangen. Met deze ontwikkelingen kwamen er dus ook steeds meer trafohuisjes in de dorpen en steden, om de elektriciteitsvoorziening mogelijk te maken.

Wat gebeurt er binnen?

Vraag je je af wat een trafohuisje, ook vaak elektriciteitshuisje genoemd, nu precies is? Dan ben je niet de enige! Natuurlijk zijn er weinig mensen die zo’n huisje ooit van binnen hebben gezien. Het elektriciteitshuisje is namelijk een stoffelijk omhulsel van de transformatoren. Deze transformatoren zijn de verdeelpunten van hoog- naar middenspanning of van midden- naar laagspanning, zodat de stroom geschikt is voor de gebruiker. Jijzelf dus! In de loop der jaren, vooral na de Tweede Wereldoorlog, werden de ontwerpen voor de huisjes steeds kleiner, omdat de transformatoren ook steeds compacter gemaakt konden worden.

Verschillende stijlen

Qua uiterlijk kun je verschillende trafohuisjes onderscheiden. Zo zijn er bijvoorbeeld dubbele of luxe trafohuisjes, die eruitzien als kleine villa’s. Ook zijn er eenvoudige transformatorzuilen. Zie je een trafohuisje in de vorm van een ronde zuil met een kegel of koepeldak? Dan is de kans groot dat je met een oud exemplaar te maken hebt. Deze stijl werd in Zuid-Holland namelijk gebruikt tussen 1906 en 1960. Ook kun je in verschillende steden trafohuisjes vinden met schild-, tent- en zadeldaken. Vaak probeerden de ontwerpers de huisjes zoveel mogelijk te laten opgaan in het stedelijk landschap. Sommige trafohuisjes lijken op een kerkje, anderen hebben juist een neoclassicistische stijl.

Nieuwe functies en bestemmingen

Momenteel proberen veel gemeenten in Zuid-Holland nieuwe dingen uit met de trafohuisjes. Een aantal huisjes is versierd met kunst, zodat ze een decoratieve functie krijgen. Andere huisjes worden uitgebreid met extra voorzieningen zoals urinoirs of bloemenkramen. Ook worden er trafohuisjes gesloopt en verplaatst naar een nieuwe, betere locatie. De locaties van de trafohuisjes moeten namelijk altijd centraal en goed bereikbaar zijn, in verband met het onderhoud.

Trafostation Zuilingstraat 110 Den Haag | Beeld: Google Streetview

Trafohuisjes in Den Haag

In Den Haag staan natuurlijk ook bijzondere trafohuisjes, bijvoorbeeld het huisje aan het Vaillantplein. Dit trafohuis maakt onderdeel uit van het landhoofd van de Vaillantbrug. Een trap met granieten stenen leidt naar een stalen deur, die toegang geeft tot de transformatorbehuizing. Boven de deur hangt bovendien een metselwerk met sluitsteen van graniet. Het ontwerp, passend bij de versierde brug, komt van Dienst Gemeentewerken en het werd in 1938 gebouwd.

Trafostations in Den Haag

De komende tijd zullen er steeds meer trafohuisjes en ook trafostations bijkomen. De trafostations zien er meestal uit als eenvoudige kubussen. Een uitbreiding is nodig omdat er steeds meer stroom wordt gebruikt, maar ook wordt opgewekt. In onze stad staat ook een heel groot trafostation, namelijk het vrijstaande gebouw aan Zuilingstraat 110. Dit grote pand werd tussen 1951 en 1956 gebouwd, naar ontwerp van architect Hamerpagt. Het trafostation heeft een grote open hal waarin de transformatoren zijn geplaatst. De muren bestaan uit een staalconstructie met een vulling van bakstenen. Rond de stalen toegangsdeuren is een decoratief metselwerk gemaakt. Het transformatorhuis, dat een kenmerkende stijl heeft van de wederopbouw, is opgenomen in de lijst van gemeentelijke monumenten van Den Haag.

We zochten nog veel meer voor je uit…

Comments are closed.