Dit artikel is een zoektocht naar boetsters uit het verleden. Mijn oma was zo’n Scheveningse die al tijdens de vorige eeuwwisseling op de Harstenhoek vallei als boetster aan het werk was. Maar klopt dat wel? Was de Harstenhoek niet tot 1935 een koeienweide? Ik zoek graag uit hoe dat zit.

Vanuit mijn serre heb ik zicht op een mooi stukje Scheveningse historie met een vleugje familiegeschiedenis. ‘s Ochtends gaat de zon vaak de strijd aan met de dauw, die als een deken over het ‘nettenboetstersveld’ ligt. Dan mijmer ik een beetje terug in de tijd, helemaal tot de vorige eeuwwisseling. Daar zie ik op de vallei mijn oma Johanna Cornelia Blok als boetster bezig met het herstellen van katoenen visnetten. Een jaar geleden werd mijn ochtendritueel met oma bruut verstoord. In natuurwetenschappelijke bladen stond geschreven dat de Harstenhoek tot 1935 een koeienweide was en pas daarna als boetveld in gebruik werd genomen.

Boetsters

Vanaf halverwege negentiende eeuw tot de eerste helft van de twintigste eeuw gebruikten de Scheveningse vissers katoenen drijfnetten bij het vissen. Deze kilometerslange netten moesten na terugkomst gedroogd en hersteld worden. Dit gebeurde langs de vissershaven of in Westduinen. Later werd ook Harstenhoek als boetveld in gebruik genomen. Met paard en wagen werden de netten van de vissersschepen naar dit boetveld, voluit nettenboetstersveld, gebracht.

Harstenhoek, nettenwagen. Foto: Haags gemeentearchief, bewerkt door Peter Roeleveld.

De netten werden in lange banen op het vlakke terrein te drogen gelegd. Daarna kwamen de boetsters om de netten waar nodig te herstellen. Er zijn aantallen beschreven van vierhonderd boetsters die tegelijkertijd op het terrein bezig waren. De katoenen drijfnetten werden in de jaren zestig van de vorige eeuw vervangen door netten die gemaakt werden van kunststofvezels waardoor de boetsters niet meer nodig waren.

Vincent van Gogh

De zoektocht naar het juiste verhaal over dit stukje Scheveningen begon bij Vincent van Gogh, die in de negentiende eeuw twee keer een korte periode in Den Haag woonde. Door mijn interesse in schilderijen met Scheveningen als onderwerp stuitte ik op een schilderij van Vincent die een verhaal uitbeeldt van vissersvrouwen die bezig zijn met het herstellen van de visnetten. Het schilderij is geschilderd tijdens zijn tweede periode in Den Haag (1881-1883). Hoewel ik het niet een van zijn mooiste werken vind, triggerde het jaar en de locatie me om op zoek te gaan naar meer informatie.

Schilderij Vincent van Gogh. Foto: Reuters

In een artikel in een wijkblad wordt een zoektocht naar de locatie beschreven. Eerst werd er gedacht aan vallei Harstenhoek met de oude Antonius Abtkerk op de achtergrond. Ondanks dat de Stichting vrienden van de Abtkerk dat bevestigd, is de conclusie van het artikel dat het toch niet die plek kan zijn geweest. De Harstenhoek werd pas vanaf 1935 als boetveld gebruikt.

Waarom 1935?

De vallei Harstenhoek werd in 1933 door de gemeente onteigend en in 1935 kreeg het de bestemming ‘nettenboetveld’. Dit verklaart het feit dat dit jaartal in de vele natuurwetenschappelijk bladen zoals ‘Hollands Duinen’, ‘Cultuursporen in het duin’, ‘De levende Natuur’ en ‘Haagwinde’ wordt genoemd. “Maar het kan toch zo zijn dat het al ruim voor die tijd als boetveld gebruikt werd!?” Vol verwachting en lichtelijk gespannen struinde ik op regenachtige dagen door de gedigitaliseerde kranten van voor 1935, steeds verder het verleden in, op zoek naar boetactiviteiten. Het eerste spoor vond ik in het dagblad van de arbeidspartij van 14 mei 1929:

Op deze dag staakten de Scheveningse vissers en trokken ze allen naar de duinen bij de watertoren om de vierhonderd boetsters die daar aan het werk waren te doen bewegen mee te staken. Steeds dieper het verleden in vond ik regelmatig boetactiviteiten. In het Algemeen Handelsblad van 16 mei 1891 wordt de locatie waar de netten werden gedroogd en gerepareerd duidelijk omschreven, namelijk; de gronden

gelegen tussen den Watertoren en het Oranjehotel, wat duidt op Harstenhoek. Het laatste en vroegste krantenartikel dat ik vond, is van Dagblad van Zuid-Holland, toevallig ook 16 mei, maar dan 1883, hier wordt vermeld dat van de netten van de Scheveningse reder, die nabij de watertoren te drogen lagen, er een gedeelte is afgesneden en gestolen.

In de beeldcollectie van het gemeentearchief zocht ik naar het ultieme bewijs, een foto van boetsters rond 1900 op de Harstenhoek. Ik vond een aantal foto’s van voor 1935, zelfs van rond 1895. Zowel de Historische en Genealogische Vereniging, als het Haags Gemeentearchief hebben hun licht over de foto’s laten schijnen. Zij hadden beide helaas geen honderd procent zekerheid te vergeven. Volgens een uitgebreide reactie van het Haags Gemeentearchief (met dank) zijn sommige foto’s al voor 1935 in hun bezit en

deze zijn toen met grote zorgvuldigheid gedateerd. Misschien zijn er lezers die ook iets over locatie en jaartal kunnen vertellen?

Het ultieme doel is dat dankzij de reacties op dit artikel mijn blik naar dit stukje verleden weer helder en scherp wordt. Mocht u ook extra informatie hebben, mail dat dan naar [email protected]. Bij voorbaat dank.

Harstenhoek, Nettenboetsters |Bron: Peter Roelveld, doek, acryl met oma Blok in het midden.

Met dank aan Historische en Genealogische Vereniging Scheveningen, Haags

Gemeentearchief en Stichting vrienden van de Abtkerk.

Lees ook…

Comments are closed.